Hoe overleef ik … een guerrilla oorlog?

Hoe overleef ik … een guerrilla oorlog?

In 1945 trokken de eerste oorlogsvrijwilligers richting Nederlands-Indië om daar terecht te komen in een guerrilla oorlog. Alles was anders dan ze kenden vanuit de Duitse bezetting. Hoe konden ze hierop worden voorbereid?

De voorbereiding was kort en weinig professioneel. Toch deed het leger wel iets om de soldaten niet helemaal ongetraind de strijd in te sturen. Via instructieboekjes leerden ze over het leven in de tropen. Het leukste boekje dat ik tegenkwam was ‘Kennis van het VPTL’*.

Het voorwoord begint als volgt:

De meesten onder ons stellen er wel prijs op straks hun dierbaren nog op deze aarde terug te zien. 

Als het mogelijk is, graag niet verminkt of ziek. 

Dit boekje zou u kunnen helpen. 

Of niet.

Niet, als ge het maar één keer leest, om het vervolgens, met een geëigende uitdrukking, weg te keilen.

De directe toon uit het voorwoord is in het hele boekje terug te lezen. Je leven was altijd in gevaar: tijdens het doorzoeken van een kampong, op patrouille of tijdens het ondervragen van gevangenen.

Je hoofd verliezen kon op verschillende manieren…

V.P.T.L.0172

Het leger dat Nederland vertegenwoordigde was een bonte verzameling militairen. De leiding rekruteerde onervaren vrijwilligers en dienstplichtigen in Nederland. Daarnaast bestond een groot deel van de krijgsmacht uit militairen van het KNIL (het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger).

Iedereen moest de instructies snel begrijpen. Daarom stonden ze vermeld in het Nederlands, in het Maleis (veelgebruikte taal in Indonesië) en voor de ongeletterden in duidelijke illustraties.

Guerrilla van de ‘kwaadwilligen’V.P.T.L.037

De lessen uit het boekje waren gebaseerd op ‘door ervaring wijsgeworden officieren van het in menig guerrilla gevecht geharde KNIL’.

Die ervaringen had het KNIL vooral opgedaan in de Atjeh-oorlog, een lange, bloedige guerrilla oorlog die van 1873 tot 1914 duurde. De Atjehers wilden zich niet onderwerpen aan de koloniale heerser en gebruikten guerrilla technieken ter verdediging. De Nederlandse reactie was er één van contraguerrilla, opstanden werden wreed neergeslagen. Het leger richtte bloedbaden aan onder lokale inwoners, onder meer geleid door de beruchte gouverneur J.B. van Heutsz.

Militairen van het KNIL die de Atjeh-oorlog hadden meegemaakt vertelden hun ervaringen – veelal verhalen over collega’s die op domme en onverantwoorde wijze het leven lieten.

De guerrilla technieken van toen vormden het uitgangspunt voor de trainingen vanaf 1945. Hoe de soldaten een rivier over moesten steken. Hoe een kampong te omsingelen. Hoe een gevangene vast te binden. En de tegenstander werd altijd afgebeeld als een kwaad en eng mannetje, zoals in het hoofdstuk ‘Hoe doorzoek ik een kamponghuis?’

V.P.T.L.049

Strenge waarschuwingen en bangmakerij. Het kon de jonge soldaten uiteindelijk amper voorbereiden op de hevige oorlog waarin ze verzeild raakten. Evert-Jans broer Gerrit-Jan gaf het in zijn eerste maanden in Nederlands-Indië al aan. De guerrilla oorlog leek in niets op de Tweede Wereldoorlog die hij had gekend:

‘Ik kan wel al zeggen dat het hier anders is dan toen in Europa. Daar en toen wist je wie de vijand was en waar die zat. Hier weet je niet wie de vijand is: een tani (boer) die zijn groente met de pikolan (draagstok van bamboe) naar de markt brengt of die ook wapens of handgranaten vervoerd misschien.’

Het hele instructieboekje is hieronder te lezen:

Bron: Kennis van het V.P.T.L. : een kwestie van leven of dood! = Mengetahoei akan V.P.T.L. : soal hidoep autau mati!

*V.P.T.L. stond voor ‘Voorschrift voor de Uitoefening van de Politiek-Politionele Taak van het Leger’

V.P.T.L. 1948 Kaft


Eén reactie op “Hoe overleef ik … een guerrilla oorlog?”

  1. Allemaal heel erg interessant. Ik hoop ernog veel van te kunnen lezen. Goed dat je dit allemaal onderzoekt. Ik ben nu 82 en ik was geboren in Malang. Tijdens de oorlog waren wij in Nederland maar na de oorlog woonden wij in Bandung tot de officiele overdracht. Wij weten dat er veel gebeurd is wat nooit is bekend gemaakt. Veel vrijwilligers kwamen teleurgesteld weer terug maar niemand wilde naar ze luisteren. Wij zijn blij met je werk en hopen dat er veel van onder het stof aan het licht zal komen. Sterkte!

Geef een antwoord