Wat deed mijn opa in Nederlands-Indië?

Vier jaar geleden kreeg ik de hutkoffer van mijn opa in handen. Volgeschreven dagboeken, bijzondere foto’s en onderscheidingen uit zijn tijd als soldaat in Nederlands-Indië*, van 1946-1948. Een klein radertje in het Nederlandse leger, maar getuige van een grote en vaak onderbelichte geschiedenis. Door mijn opa’s dagboeken stapte ik in een voor mij onbekende wereld. Een wereld van oorlog en leed, maar ook van kameraadschap en wonderschone natuur.

Wat gebeurde er tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog? Waarom zweeg een hele generatie soldaten, inclusief mijn opa, na de oorlog over hun gebeurtenissen?

Mijn boek: Tabé Java, Tabé Indië is nu overal verkrijgbaar, bijvoorbeeld hier.

Over mij, Ronald Nijboer (1987)Presentation1

Opgegroeid in de luwte van de Flevolandse Noordoostpolder woon ik tegenwoordig in Amsterdam. Na studies in Groningen en Melbourne studeerde ik in in 2012 af als socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Na gewerkt te hebben als onder meer redacteur werk ik momenteel als onderzoeker bij Nielsen.

Over mijn opa, Evert-Jan Nijboer (1923-2008)

Evert-Jan Nijboer groeide als boerenzoon op bij het Overijsselse dorpje Lutten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest Evert-Jan onderduiken om niet in Duitsland tewerkgesteld te worden. Na de bevrijding wilde hij wat doen voor zijn vaderland en schreef zich in als oorlogsvrijwilliger om zijn landgenoten in Nederlands-Indië te helpen. Dat liep anders dan gedacht. Zoals vele militairen keerde Evert-Jan  gedesillusioneerd terug in Nederland om er het zwijgen toe te doen. Tot de vondst van zijn dagboeken.

 

 

 

*In 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Vanaf dat moment heette het land dan ook Indonesië in plaats van Nederlands-Indië. Mijn opa’s perspectief vormt de basis van mijn onderzoek, vandaar het gebruik van oude termen zoals Nederlands-Indië en Batavia (het huidige Jakarta).